De caravan

Een fragment uit mijn debuutroman.

Mijn oma vertelde me vaak over de caravan in de achtertuin toen ze net in Amsterdam Noord woonden. Ze waren van een achterhuis in de straatarme Jordaan, naar een ruime benedenwoning in Nieuwendam verhuisd. Ze sprak Nieuwendam quasi bekakt uit. Met een pruilmondje. “Nieuwendom”. Alsof het nog steeds de status had van toen. Aan het begin van de seventies was dat het oord voor de Jordanezen die deden alsof ze nét iets meer te makken hadden dan de mensen die achterbleven in het stadscentrum.

Het was een oude caravan, die mijn grootouders hadden gevonden op een autokerkhof en waar ze 25 gulden voor hadden betaald. Mijn opa zaagde aan de onderkant van de deur een smal luikje, waar precies een dienblad met een bord eten en een pakje drinken op zijn kant doorheen paste. Aan de buitenkant, onder het toilet, hingen ze een emmer en aan de bovenkant boorden ze drie ventilatiegaten. Het was het begin van de seventies: het einde van peace, love and music. En als mijn oma over de caravan begon, zei ze dat dat einde met een klap ingezet werd.

Mijn vader was toen vijftien en lag al drie dagen in het ziekenhuis. Overdosis heroïne. Hij werd binnengebracht nadat zijn vrienden belden dat hij was gestopt met ademhalen. Mijn oma zei tot haar dood dat ze het nooit geweten hadden. Volgens haar was hij daardoor zo goed in het verbuigen van de waarheid.

 

De eerste keer dat mijn oma het mij vertelde was ik ook vijftien. ’s Ochtends had mijn vader me naar school gebracht en tegen me gezegd dat hij me in de middag op zou komen halen.

‘Twee uur ben ik vrij, oké?’ Ja, dat was oké.

‘En dan ben je er om tien over twee, toch?’ Ja, tien over twee.

Die middag heb ik drie uur gewacht tot hij kwam en ben ik vervolgens lopend naar huis gegaan, zodat ik niet te laat thuis zou komen voor het avondeten. Anderhalf uur in de stromende regen. En toen ik thuis kwam zat hij aan de keukentafel. Hij was het vergeten en sorry. Van alle leugens is dit de enige waar ik nu het meest aan herinnerd word. Al voelde het toen meer als een lijfstraf voor het feit dat ik er was.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *